Eigenschap 7

Door een punt dat niet in een vlak alfa ligt, bestaat er juist één vlak beta dat evenwijdig is met alfa. Alle rechten door dat punt, die evenwijdig zijn met alfa, liggen in dat evenwijdig vlak beta. Gevolg 1: Als een vlak één van twee evenwijdige vlakken snijdt, dan snijdt dit vlak ook het andere vlak. Gevolg 2: Als een rechte één van twee evenwijdige vlakken snijdt, dan snijdt deze rechte ook het andere vlak. Gevolg 3: Als een rechte evenwijdig is met een vlak, dan gaat er door deze rechte precies één vlak evenwijdig met het gegeven vlak.