Google ClassroomGoogle Classroom
GeoGebraGeoGebra Classroom

teken en verloop dynamisch tonen

functievoorschrift

Typ een willekeurig functievoorschrift waarvan je het teken of verloop wil overlopen en verken met een versleepbaar punt of je het teken of het verloop van deze functie dynamisch wil verkennen.

Versleepbaar punt

Je creëert een versleepbaar punt A op de grafiek van een functie f:
  • met het commando Punt(f)
  • Door de knop Toolbar Image te selecteren en op de grafiek van f te klikken.
Door A te verslepen op de grafiek van f kan je het teken en het verloop van f nagaan.

Spoor tonen

  • Bij het verslepen van een punt kan je zijn spoor volgen: selecteer hiervoor in de instellingen de optie Spoor tonen.
  • Als extraatje kan je voorwaardelijke kleuren gebruiken om teken of verloop te illustreren.

Spoor wissen

Je kan het getekend spoor van een punt wissen
  • door het tekenvenster te verslepen,
  • door in- of uit te zoomen.
Tip: Het commando Inzoomen(1) gebruikt zoomfactor 1. Je merkt dus geen in- of uitzoomeffect. Het enige zichtbare effect is dat alle getoonde sporen in het tekenvenster gewist worden. Dit commando kan je bv. in een actieknop zetten.

teken en verloop van een functie

Om dynamisch teken en het verloop van f te tonen, vertrekt het applet van een punt A = Punt(f). Een aanvinkvakje 'spoor tonen' bepaalt of je enkel A wil verslepen ofwel ook het spoor wil tonen. Selecteer je dit aanvinkvakje, dan kan je kiezen tussen teken of verloop. teken van f
  • Een punt AT = A illustreert het teken van f.
  • De dynamische kleuren van AT bepaal je in de tab Geavanceerd van zijn instellingen. AT kleurt groen als de functiewaarden positief zijn, rood als ze rood zijn.
Image
verloop van f
  • Een punt AV = A illustreert het verloop van f.
  • De dynamische kleuren van AV bepaal je in de tab Geavanceerd van zijn instellingen. AV kleurt groen als de afgeleide positief is, rood als hij negatief is.
Image